Vitamine D wordt ook wel eens ‘vitamine zon’ genoemd, omdat zonlicht de belangrijkste bron voor vitamine D is. Het is een vetoplosbare vitamine die het lichaam voor een deel zelf kan maken onder invloed van zonlicht. Vitamine D is een van de vitamines die we in het algemeen niet voldoende via onze voeding binnen krijgen. In de afgelopen decennia zijn onze leef- en eetgewoonten nogal veranderd. Naast onvolwaardige voeding heeft de vermindering van buitenactiviteiten een directe relatie op de hoeveelheid vitamine D in ons lichaam. Mensen met een donker getinte huid, gesluierde vrouwen en ouderen lopen extra risico op een tekort aan vitamine D.
WAT DOEN ZE
Vitamine D is er in twee vormen: D2 en D3 (ergocalciferol en cholecalciferol). Beide hebben grotendeels dezelfde functie in het lichaam: ze zorgen ervoor dat calcium en fosfor uit de voeding beter in het bloed en in de botten wordt opgenomen. Vitamine D is dus hard nodig voor stevige botten en spieren. Niet voor niets is ‘buiten’ spelen voor kinderen gezond: het zorgt voor de aanmaak van vitamine D. Voldoende vitamine D is ook een belangrijke factor bij het verlagen van het risico op osteoporose.
WAAR VIND JE ZE
Bij ruime blootstelling aan zonlicht - ongeveer een kwartier per dag op de huid - maakt het lichaam bij de meeste volwassenen voldoende vitamine D aan. Vitamine D komt ook van nature voor in voedingsmiddelen van dierlijke herkomst zoals vette vissoorten (zalm en makreel) en rood vlees. In veel landen, waaronder Nederland, mag vitamine D aan levensmiddelen worden toegevoegd; margarine, halvarine, bak- en braadproducten zijn daarom verrijkt met vitamine D.






